Leo Krans


Zelfvertrouwen

In dit artikel leg ik uit waarom iemand aan zichzelf twijfelt. Geloof me maar, dit is echt verklaarbaar. En niet alleen dat, maar het is ook te veranderen. Ik spreek uit ervaring. Nu ik begrijp hoe de vork in de steel zit, ben ik veel dingen gaan inzien. Niet alleen wat er met mij aan de hand was, maar zie nu ook in dat velen er ook mee te maken hebben. In de meeste gevallen is het vaak het gehele leven. Dit alles hoeft helemaal niet. Het bezorgt een onnodige last en staat het levensgeluk in de weg.

Om te beginnen moet je eerst een ding van mij aannemen. En dat is dat meer zelfvertrouwen krijgen heel goed mogelijk is. Mijn opvattingen zijn niet gebaseerd op theorie, maar op mijn persoonlijke ervaring. Vroeger had ik namelijk zelf ook een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Dit heb ik weten te herstellen en deze persoonlijke ervaring staat in dit artikel. Mijn boek gaat onder andere hier ook over.

Het gebrek aan zelfvertrouwen bij iemand is niet iets dat van nature is meegegeven. De enige oorzaak is de manier van opvoeden. Dit is misschien moeilijk in te zien, of te accepteren, maar toch is het waar. In dit artikel zal ik in het kort proberen uit te leggen hoe alles in elkaar zit en wat je kunt herstellen. In hoofdzaak komt het er ongeveer op neer dat je vroeger te veel ervaringen hebt opgedaan waarbij men je niet serieus genomen heeft. Onbewust is dit invloed gaan uitoefenen op je denken. Geleidelijk aan ben je aan deze invloeden waarde gaan hechten. De invloeden die je onbewust hebt meegemaakt zijn onder andere:

  • Niet serieus naar je luisteren. Oftewel, je niet serieus nemen. Als iemand (vooral ouders) niet naar je luistert, of je constant tegenspreekt, ga je op den duur aan jezelf beginnen te twijfelen. Dit is onvermijdelijk. Dit geldt niet alleen voor je ervaringen als kind zijnde, maar geldt nu ook nog. Hoe meer van deze ervaringen, des te sterker het effect. Deze vele ervaringen van vroeger kun je je misschien nu niet meer herinneren, maar onbewust spelen die nog steeds een grote rol. Heb je al gedachten van: "Ja, maar ik heb ook nooit gelijk", dan zit je al in stadium twee. Je gaat er dan al van uit dat je nooit gelijk hebt. Dit komt omdat je vroegere invloeden je basis van zelfvertrouwen hebben beschadigd. Waarom zou je nooit gelijk hebben. Ik kan me dat niet voorstellen. Stel iemand zegt tegen je: "Ja, daar heb je gelijk in." Het resultaat is, dat je je prettiger voelt, want je krijgt bevestiging van je opvatting. Op dat moment stijgt je zelfvertrouwen iets. Krijg je kritiek, dan daalt het weer. Hoe meer je gelijk krijgt, des te prettiger voel je je. En andersom, hoe meer kritiek, des te vervelender je je voelt. Hoe sterker de invloed, des te sterker het resultaat. Ga er maar van uit dat sterke en veelvuldige negatieve invloeden (kritiek, tegenspraak, uitlachen) schade aan je zelfvertrouwen veroorzaken. Dit is onvermijdelijk. En zodra je aan jezelf gaat beginnen te twijfelen, gaan de negatieve invloeden steeds sterker inwerken, want je wantrouwt jezelf nu ("Ze zullen wel weer gelijk hebben"). Eerst is het van "Ik zal wel dom zijn" wat later "Ik ben dom" kan worden. Beschouw het maar als zwemmen met een gewicht om je nek. Hoe meer gewicht (twijfel aan je zelf), des te meer moeite zal het kosten om niet onder te gaan (accepteren van je minderwaardigheid). Met andere woorden, andermans opvattingen hebben invloed op je eigen welbevinden. Oftewel, je krijgt bij positieve en negatieve ervaringen respectievelijk meer en minder zelfvertrouwen. Stel nu dat je op je werk of school de hele dag dovemansoren en kritiek krijgt. Gegarandeerd, aan het einde van de dag voel je je behoorlijk minderwaardig. Bijna iedereen die veel negatieve ervaringen heeft, gaat steeds meer aan zichzelf twijfelen. De sterkste invloeden komen van ouders, want zij hebben een zeer intensieve invloed op kinderen. De houding van ouders is vaak bepalend hoe een kind zich voelt en zich ontwikkelt. Vrienden en leeftijdgenootjes kunnen ook een behoorlijke invloed uitoefenen. Pesten bijvoorbeeld van een kind die al aan zich twijfelt, richt nog meer schade aan.
  • Kleinerende opmerkingen ("Dat snap je toch niet"). Als iemand te vaak hoort dat er iets mankeert aan hem of haar, gaat men er geleidelijk geloof aan hechten. Vooral kinderen zijn zeer vatbaar voor dit. En helemaal als het van ouders komt. Hoe vaker een kind hoort van: "Je bent dom", of "Dat begrijp je toch niet", des te meer invloed dit gaat uitoefenen. Alles wat je hoort, wordt opgeslagen in de hersenen (daarom weet je het later nog). Dus ook negatieve opmerkingen. Hoe meer negativiteit, des te sterker wordt dit en dus gaat men er steeds meer geloof aan hechten. Deze invloed begin vooral op het moment dat een kind de taal een beetje machtig begint te raken (rond 2 jaar). Alles wat een kind ervaart wordt opgenomen en verwerkt in de hersenen. Onjuistheden komen net zo makkelijk binnen als correcte ervaringen. Kinderen zijn goedgelovig. Hoe vaker een kind van ouders te horen krijgt dat het dom is, des te meer waarde gaat het er aan hechten. Zodra een kind eenmaal denkt dat het dom is, raakt men dat bijna niet meer kwijt. Het is mogelijk maar moeilijk. Vele kleinerende opmerken vreten aan iemands zelfvertrouwen. Het ontstaan van dit alles is op latere leeftijd meestal moeilijk te herkennen, want de basis van het ontstaan er van is heel vroeg ontwikkeld. Door hele vroege ervaringen gaat men inzien "dat men blijkbaar dom is" en daar gaat dan maar van uit.
  • Te veel dominantie. Doordat een of beide ouders te veel het leven denkt te moeten bepalen van de kinderen, kan men ook een gebrek aan zelfvertrouwen krijgen. Door te weinig zelfstandig kunnen zijn, zal men later moeite hebben met beslissingen nemen. Niet alleen speelt de ouder te veel baas, maar iemand met zo'n instelling is meestal ook niet in staat om te luisteren naar iemand. Een baasspeler denkt dat het kind onkundig is en dat diegene maar voor het kind moet beslissen. Hoe meer diegene baas speelt des te onkundiger blijft het kind dan ook. Dominerende mensen moet men overigens zoveel mogelijk zien te vermijden, want diegene denkt dat er maar een persoon op de wereld is die alles weet. Discussie (hierover) is bijna altijd een hopeloze zaak. Maar helaas zitten kinderen vast aan dominerende ouders. Ondervindt een kind te veel dominantie en bemoeizucht dan wordt de drang naar zelfstandigheid ernstig belemmerd, want men denkt dat men hier toch niet toe in staat is.

Deze drie punten komen in de meeste gevallen niet afzonderlijk voor. In veel gevallen ontmoet een kind ze alle drie als het fout zit. Iemand die domineert, is meestal een slecht luisteraar, want anders komt zijn dominerende positie in gevaar. Kleinerende opmerkingen komen ook vaak voor bij iemand die domineert, want op deze manier voelt hij zich sterker. Ze hoeven niet alle drie gezamenlijk voor te komen, maar meestal wel.

Om de zaak te herstellen, even wat informatie over hoe de hersenen werken. Alles wat men waarneemt, ervaart en denkt, speelt zich af in de hersenen. Alles wordt opgeslagen en veel is later weer "oproepbaar" (denken, herinneren) als men het later weer nodig heeft. Sommige dingen worden vergeten, maar het meeste is nog vrij aardig beschikbaar. Niet dat sommige informatie verdwijnt, maar de hersenen kunnen het niet altijd meer vinden. Dat het niet weg is, wordt bewezen doordat sommige "vergeten" dingen onverwacht te binnen kunnen schieten.

Als het weg was geweest, was dat onmogelijk geweest. Hoe de hersenen qua opslag, technisch gezien, precies werken weten de wetenschappers nog niet. De principes zijn mij wel duidelijk en dit is makkelijk uit te leggen. Ieder soort hersenactiviteit heeft een bepaalde afdeling. Je hebt een afdeling die alles opslaat wat men ziet en een afdeling waar alles opgeslagen ligt over gevoelens. Deze verschillende afdelingen kunnen met elkaar in verbinding staan. Je merkt hier overigens niks van. Als je bijvoorbeeld een vroegere vriendin weerziet (afdeling Y), kunnen er bepaalde gevoelens (afdeling H) opkomen (vreugde, kwaadheid). Dit gebeurt automatisch, want er is een directe verbinding tussen deze twee afdelingen die je niet tegen kunt houden (Niet laten blijken is wat anders dan dat bepaalde gevoel er niet is.).

Nu heb je door de jaren heen ook zoiets ontwikkeld als een afdeling "Gebrek aan zelfvertrouwen." Deze is ontwikkeld door je vroegere ervaringen. Let op nu! Deze afdeling wordt nu automatisch ingeschakeld als je iets doet waar je vroeger veel kritiek op kreeg ! Stel je woont nu zelfstandig en je wilt de woning gaan schilderen. Als je het vroeger thuis niet mocht, want dat "Kun je toch niet" en je werd zelf uitgelachen alleen om het idee al, dan heb je op dat gebied een gebrek aan zelfvertrouwen. Heb je een ernstig gebrek aan zelfvertrouwen (zeer velen hebben dit), dan hoeft de twijfel niet eens specifiek te zijn. Dan ontstaat bij alles twijfel. Hier mee bedoel ik te zeggen dat je twijfelt aan iets, zonder dat je op dat gebied vroeger kritiek kreeg.

De afdeling "Gebrek aan zelfvertrouwen", wordt nu automatisch geactiveerd als je iets wilt doen of er alleen al aan denkt. Hoe sterker dit gebied, des te meer invloed het op je leven uitoefent. Ik zal het wat "technischer" uitleggen.

Je gebrek aan zelfvertrouwen noem ik afdeling X (dit is opgebouwd door je vroegere ervaringen). De gedachte "Ik wil het huis schilderen noem ik afdeling HWS (Huis Willen Schilderen). De uitvoering van het schilderen is afdeling S (het schilderen zelf). Begrijp heel goed, dit zijn de werkprincipes zoals de hersenen werken en niet zo maar een voorstelling. Toen je buiten in de tuin zat, zag je de toestand van je huis en dacht: "Het wordt tijd dat het geschilderd gaat worden. Maar ik heb er geen geld voor. Maar waarom doe ik het niet zelf ? Het lijkt me ook leuk. Ja, ik ga het huis schilderen." (HWS-gedachte ontstaat). Maar door je gebrek aan zelfvertrouwen, ontstaat automatisch de gedachte: "Maar dat kan ik toch niet" ( afdeling X wordt automatisch geactiveerd, want het staat direct in contact met bijna alles wat je wilt). Als afdeling X sterker is dan HWS, dan "wint" X en wordt afdeling S niet geactiveerd (dus niet uitgevoerd). Schematisch ziet het er dus als volgt uit als X het sterkste is:

HWS ------- > X ---- / S

Dit alles is dus de oorzaak van het niet schilderen van je huis. Het gebrek aan zelfvertrouwen is sterker dan de drang om te schilderen. Het schilderen wordt dus niet uitgevoerd. Nogmaals, zo functioneert het in je hersenen. Ook al ervaar je het niet zo.

Wat heb je er nu aan, om dit alles te weten, zul je misschien denken. Ik leg het uit, om je beter te helpen om het te herstellen (Het is mogelijk !). Als je het bovenstaande begrijpt, kun je er je voordeel mee doen. Nu kun je het namelijk beter begrijpen en anders benaderen. In plaats van vechten tegen jezelf, kun je de aanval gaan openen op de afdeling "Gebrek aan zelfvertrouwen."

Dit gebied bestaat ergens in je hersenen, want anders had je geen gebrek aan zelfvertrouwen gehad. Dit herstellen ga je doen, door de afdeling: "Gebrek aan zelfvertrouwen" buiten spel te gaan zetten. Dit doe je door, ondanks je gebrek aan zelfvertrouwen, toch te gaan schilderen. Begin desnoods met een keukenraam. Door ondanks alles toch te gaan schilderen, wordt afdeling S (de feitelijke uitvoering) toch geactiveerd. Met andere woorden, afdeling HWS (willen schilderen) activeert nu wel afdeling S (gaan schilderen). Nu wordt het dus:

HWS ------ > X ----- S.

Niet alleen wordt het huis uiteindelijk nu wel geschilderd, maar er gebeurt ook iets positiefs in de hersenen. Doordat je het uiteindelijk wel uitgevoerd hebt, inclusief eventuele fouten, is de afdeling X iets minder sterk geworden, omdat je wel iets succesvol gedaan hebt. Je blijkt er dus wel toe in staat te zijn. Ook al is het misschien niet vlekkeloos gegaan, je hebt iets gedaan wat je anders niet gedaan zou hebben.

Bij ieder nieuw iets, maakt men fouten; hier is gewoon niks aan te doen. Bij een tweede poging zul je waarschijnlijk minder fouten maken. Voor je verdere ontwikkeling op dat gebied, kun je vragen stellen aan deskundigen en er over gaan lezen. Het huis daadwerkelijk geschilderd hebben, veroorzaakt geen spectaculaire vooruitgang van je zelfvertrouwen, maar het is wel een begin.

Iedere keer dat je je niet laat kennen door afdeling X, gaat je zelfvertrouwen iets vooruit. Of beter gezegd, afdeling X wordt zwakker. Als je op deze weg doorgaat, wordt het in de toekomst: HWS ------- > S

Oftewel, de drang tot iets wordt niet meer belemmerd door afdeling X (Gebrek aan zelfvertrouwen), want bestaat dan niet meer. Voor alle duidelijkheid, deze laatste situatie kan vrij lang duren, maar is voor iedereen mogelijk.

Een gebrek aan zelfvertrouwen raak je niet zo maar kwijt, dat kan jaren duren. Het zit in je gehele denken verweven, dus het eventjes kwijt raken is er niet bij. De invloeden die meespelen voor vooruitgang: de mate van gebrek aan zelfvertrouwen en de mate van je herstelpogingen op dit gebied. Oftewel de aanwezige negativiteit en de aanwezige positiviteit. Daarnaast kunnen anderen ook een rol spelen.

Iemand die je wil ontmoedigen ("Dat kun je toch niet") of kritiek levert ("Goh, wat een lelijke kleur"), versterkt gebied X. Probeer deze personen te vermijden en hun meningen te negeren, want ze proberen je omlaag te duwen. Degenen die je wel ondersteunen, verzwakken gebied X. Deze personen moet je koesteren, want ze helpen je omhoog en het zijn meestal prettige mensen. Je kunt je gebrek aan zelfvertrouwen je leven blijven laten bepalen, maar dan belemmer je jezelf veel te veel.

De rest van je leven zul je er last van hebben en je leven onnodig moeilijk maken, want het zomaar kwijt raken gebeurt niet. Denk er maar eens over na hoeveel dingen je niet doet, omdat er tegen opziet. Verwacht ook niet te veel van anderen (partner, familie), want er zijn maar weinigen die echt achter je zullen staan. Als je er niet serieus mee aan de gang gaat, raak je het nooit kwijt. Je hebt dus eigenlijk geen keuze.

Je zelfvertrouwen kun je herstellen door je zelf meer te gaan vertrouwen en dingen te doen die je normaal gesproken niet zou doen, omdat "je dat toch niet kunt." Gebied X kun je dus zwakker maken door de drang tot iets sterker te maken (het willen) en door iets daadwerkelijk te gaan doen. Want door de feitelijke handelingen wel uit te voeren, verzwak je gebied X ook. De aanval op je onzekerheid moet dus van twee kanten komen.

Maar ik adviseer je wel om het in kleine stapjes te doen. Als je verlegen bent, moet je niet direct een menigte gaan toespreken, maar beginnen met een of enkele personen. Want spring je in een keer in het diepe, dan loop je een grote kans dat je in keer naar de bodem zakt. Het moet stapje voor stapje gebeuren. Maar je moet deze stapjes wel maken, want anders blijf je stil staan. Dus beter iets dan niets.

Gebrek aan zelfvertrouwen is een zeer uitgebreid voorkomend verschijnsel. Bijna iedereen heeft er last van. Dit geldt ook de ogenschijnlijk zelfverzekerde opschepper. Hij schept juist op omdat hij onzeker is. Iedere praatjesmaker, versierder, macho en dominant is onzeker en meestal niet zo’n klein beetje ook niet.

Door baas spelen en veroveren ontstaat een gevoel van eigenwaarde dat er anders niet is. Daarom wordt zo iemand kwaad bij verlies of tegenspraak, want de schijnbare eigenwaarde komt in het geding. Een neveneffect is dat door deze verschijnselen men bijna niet in staat is om grote dingen te verrichten, want de aandacht gaat voornamelijk uit naar erkenning vinden en dit is geen basis om iets origineels te ontwikkelen. Men doet liever iets om te scoren dan om een creatieve drang te volgen. In mijn boek ga ik hier veel uitgebreider op in.

Iemand die echt zelfvertrouwen heeft, is rustig van aard, heeft geen dominantie verschijnselen, hoeft zichzelf niet te bewijzen, maar is ook niet onderdanig. Dit zijn de ontspannen prettige personen die zo zeldzaam zijn.

Wil je nog veel meer weten? Wil je jezelf verbeteren? Mijn boek helpt je.