Leo Krans


Verwennen van kinderen

Verwennen in de trent van "mijn kind mag alles hebben waar hij om vraagt", is niet goed, men is een kind aan het bederven. Het kind moet grenzen kennen wat betreft vrijheid (al naar gelang de leeftijd) en materiƫle zaken. Als het kind ergens om vraagt, hoeft het dat lang niet altijd te krijgen, kleine goedkope dingen gaat wat makkelijker. Dure cadeaus zijn niet nodig voor kindergeluk. Als je denkt dat je ze met cadeaus gelukkig kunt maken, heb je het mis, het is alleen maar tijdelijk. Na verloop van tijd begint het te vervelen en men wil weer wat anders. Men kan geen geluk kopen. Wil het kind een wat duurder cadeau hebben, dan bepalen de omstandigheden wat er gebeuren moet. Of gewoon niet door laten gaan (het is te duur, of niet noodzakelijk).

Of men kan het kind er voor laten werken. Een nieuwe fiets kan noodzakelijk zijn. Het is eerst werken en dan het cadeau. Maak bijvoorbeeld een lijstje met het aantal uren wat er voor gewerkt moet worden. Hij kan dan zelf invullen wat hij gewerkt heeft: “een uur garagewerk, twee uur tuinwerk.” Hij ziet wat hij nog moet en laat hem ook daadwerkelijk al die uren werken, want geef je “korting”, dan zal hij er de volgende keer weer op rekenen. Geen zin om er voor te werken, dan is het pech gehad. Alleen de zon gaat voor niks op. Is bijvoorbeeld zijn oude fiets vernield, dan ligt het anders.

Je kunt zelfs “volwassen” afspraken maken met je kind. Een soort indirect werk-betaling systeem. Je kind komt dan bijvoorbeeld bij je, omdat hij iets graag wil. Is het haalbaar (een acceptabele aanschaf, betaalbaar voor de ouders, niet schadelijk), dan kan men een afspraak maken. Hij moet voor de volledige aanschaffingsprijs werken en wel door hem per werkuur te “betalen.” Niet door hem het geld contant te geven (kinderen behoren niet met veel geld rond te lopen), maar alleen op papier. En geef hem dan “volwassenloon.” Dit loon zal nooit een contant iets worden, ondanks eventuele zeurparen. Hij wil bijvoorbeeld een fiets van driehonderd gulden kopen en de ouders kunnen zich in deze aanschaf vinden (dit is een eerste vereiste). Je spreekt verder af, dat zijn “papieruurloon” zevenguldenvijftig is, dus moet hij er veertig uur voor werken (dus niet luieren).

Is hij klaar met werken, ga dan samen de fiets kopen en bij voorkeur, door hem het geld te geven. Hij (met hij bedoel ik het kind, want het geldt ook voor meisjes) koopt de fiets en de begeleidende ouder is alleen voor controle en eventueel advies. Je laat een kind dus niet in zijn eentje een fiets kopen. Maar de ouders kopen de fiets niet, maar het kind. “Zo jongeman, wat kan ik voor je doen?” “Ik kom een fiets kopen.” Een beetje verkoper begrijpt de situatie en zal er op inspelen. Niet alleen voelt het kind zich trots en gelukkig, maar het zijn ook stappen naar zelfstandigheid. Zolang alles goed gaat, grijpen ouders niet in. Ze zijn meer (controlerend) op de achtergrond. Dit is een van de belangrijkste eigenschappen van een goede opvoeder.

De opvoeding moet ongeveer overeenkomen met de maatschappij. Als je te zijner tijd uit huis bent en werkt, kun je ook niet alles kopen, want daar zijn ook grenzen en regels. Grenzen stellen is geen onthouden van liefde, maar een realistisch verschijnsel. Grenzen zijn er ter bescherming. Iedere volwassene is in het dagelijkse leven gebonden aan regels, dus waarom een kind dan niet.

Liefde kun je niet kopen en een gezonde gezinsverhouding is goud waard en onbetaalbaar. Een kind dat gelukkig is, verlangt geen materiĆ«le ondersteuning. Uiteraard kan een kind speelgoed hebben, maar op een redelijk niveau. Een voetbal hoort bijvoorbeeld in ieder gezin. Zo’n ding vraagt er gewoon om mee te spelen.

Als een volwassene later aan zijn jeugd terugdenkt, denkt hij niet aan al zijn cadeaus, maar zijn belangrijkste herinneringen zijn de gezinssituaties en belevenissen. Denk zelf maar eens aan je jeugd terug en je zult eerst aan gebeurtenissen denken. Je denkt aan je kattenkwaad van vroeger, de gezamenlijke kussengevechten, het samen vissen met je vader, strandbezoek, die dag dat je verdwaalde, de schommel in de tuin, je eerste taart bakken, enzovoort. Je cadeaus van vroeger blijven koude voorwerpen. Je ervaringen zijn veel belangrijker dan materieel bezit. Goede sfeer is belangrijker dan cadeaus; het kan samen, maar niet in plaats van.

Valt midden in de nacht de eerste sneeuw, maak je kind gerust maar wakker, vooral jonge kinderen of oudere levendige kinderen zullen het leuk vinden. Bouw desnoods midden in de nacht met je kinderen in stilte een sneeuwpop. Of desnoods met lawaai, want als je in een prettige buurt woont, kan het wel eens aanstekelijk werken. Heb je goede buren of kennissen met jonge kinderen, bel ze gerust maar uit bed, ze hebben gegarandeerd zin om te helpen. De slaap halen ze echt wel weer in. Alleen gezond denkende ouders zijn in staat midden in de nacht met hun kinderen een sneeuwpop of -hut te bouwen.

Want opvoeding is meer dan kinderen niet “tot last” maken, of agressie voormen. De kinderen moeten sterk en evenwichtig worden. Dus niet alleen niet-schadelijk, maar ook hulpvaardig, staan voor rechtvaardigheid en bezit van eigenwaarde. Dus niet alleen het negatieve voorkomen, maar ook het positieve opbouwen.

Wil je nog veel meer weten? Wil je jezelf verbeteren? Mijn boek helpt je.