Leo Krans

Redenen voor gedrag

Reacties en gedragingen (van verlegenheid tot agressie) zijn er niet zo maar, maar hebben altijd een reden. Men lacht of huilt niet zonder reden, er moet een oorzaak zijn. De natuurlijke basishouding van mens en dier is nergens directe aandacht voor hebben. Dit is de rusttoestand. De rest zijn gevolgen van bepaalde dingen. Zintuiglijke waarnemingen geschieden door het waarnemen van iets of door eigen inschakeling. Denken heeft ook oorzaken (problemen, studie, vraag); het ontstaat niet zo maar. Emoties komen ook niet vanzelf. Ook hier zijn redenen voor. Verliefdheid zonder dat er voor iemand belangstelling is, bestaat niet.

Gedrag ontstaat niet zomaar.

Afstandelijkheid heeft ook redenen. Of een directe (iemand is onprettig), of een indirecte (slechte ervaringen (voorzichtigheid nu)). Angst ontstaat ook door bepaalde redenen. Net zoals jeuk, of lachen, of honger hebben.

Dit alles speelt meer dan men denkt. Gaat men van dit standpunt uit, dan kan gedrag en reactie begrepen worden. Men is bijvoorbeeld verlegen, omdat men niet zeker is van zichzelf, omdat zelfverzekerdheid verdwenen is, of nooit heeft kunnen ontstaan (ouders). Een discussie kan pas ontstaan als er een onderwerp is en een “tegenstander”, dus nooit zo maar. Introversie, extravertie, agressie, verdriet, lachen, onvriendelijkheid, het heeft allemaal een reden. Vindt men de reden (dat is vaak moeilijk), dan kan men negatieve zaken herstellen en steeds meer naar het positieve gaan werken. Mijn boek is daarvoor een uitstekend hulpmiddel.

Iemand die afstandelijk is, heeft daar een reden voor en bijna altijd draait het om het kunnen handhaven van het (te lage) niveau van eigenwaarde en om de wankele stabiliteit overeind te houden (afstandelijkheid is een vorm van bescherming). Op de een of andere manier is, of werd, men geestelijk gekwetst en daardoor neemt men nu een afstandelijke houding aan.

Veel gedrag is uit zelfbescherming.

Afsluiting is een middel voor vele kwalen (incest, verkrachting, mishandeling, kritiek, onzekerheid). Afsluiting (introversie) kan emotioneel zijn (ongevoeligheid, koude stem) en/of verbaal (zeer voorzichtig zijn met wat men zegt). Onvriendelijkheid is of een beschermingsvorm, of een teken van gespannenheid. Maar er is altijd een reden voor de aanwezigheid er van. Openlijk, hulpvaardig en vriendelijk heeft geen reden, het is de natuurlijke staat. Iedereen die hier van af wijkt, heeft daar een reden voor.

Zelfmoord, alcoholisme en andere verslavingen zijn er ook niet zo maar. Dit is onmogelijk. Er moeten geestelijke spanningen zijn die op de een of andere manier ontstaan zijn. Nachtmerries ontstaan ook niet spontaan, er moet een reden zijn (trauma, enge film).

Een andere reactie, naast ongevoeligheid, is overgevoeligheid. In dit geval heeft men de emoties niet afgesloten, maar hierdoor is men onstabiel geworden (men trekt zich alles te veel aan). Ook hier zijn redenen voor.

Depressie komt echt niet ‘s ochtends aanwaaien, er moeten geestelijke spanningen zijn. Iemand die kwaad kijkt, heeft spanningen, ook al ontkent men dit. Vroeger vroeg men regelmatig aan mij waarom ik altijd zo boos keek, terwijl ik het helemaal niet was (of niet dacht te zijn) en ontkende het dan ook. Nu pas kan ik inzien dat ik destijds toch te veel spanningen had en dit was toonbaar in mijn gezicht. Nu ik de spanningen kwijt ben, zegt nooit meer iemand tegen mij dat ik boos kijk. Pas als men weer ontspannen is, kan men goed beoordelen dat men gespannen was.

Wantrouwen heeft een reden.

Als een opvoeder twee soorten gedrag tegenover zijn kinderen vertoont als hij incest pleegt (misbruiken en lief zijn), moet wantrouwen ontstaan. Het kind weet niet meer wat te geloven. Dit zal altijd redelijk aanwezig blijven tegenover anderen (“Als de opvoeder al niet te vertrouwen is”). Het kind gaat de vriendelijkheid zien als schijn of als trucje. Men ervaart herhaaldelijk dat een vriendelijk iemand anders kan zijn! Men vertrouwt vriendelijkheid dan niet meer. Als de opvoeder zich onjuist gedraagt, moet het kind wel concluderen dat “mensen zo zijn.” Er ontstaat dus een gedragsverandering.

Een negatief opvoedingsklimaat (incest kan daar een onderdeel van zijn), moet resulteren in aantasting van de eigenwaarde van het kind! Hier ontkomt men niet aan. En andersom geredeneerd, geestelijke instabiliteit moet duiden op een onjuiste opvoeding, want van nature is men stabiel.

Depressie bijvoorbeeld, wordt vaak van moeder op dochter doorgegeven. Ten eerste is de aanwezige depressiviteit bij ma er niet zo maar (pa is hier vaak de grote veroorzaker van), dus zullen de verhoudingen tussen pa en dochter vaak ook niet optimaal zijn. Ten tweede, doordat ma depressief is, zullen de verhoudingen tussen ma en dochter ook niet goed zijn. Door haar depressiviteit is ma afstandelijk, koud, onvriendelijk, gespannen en zijn er daardoor contactstoornissen. Dit moet leiden tot wederzijdse spanningen. De dochter reageert niet alleen gespannen door de houding van ma, maar zou ook kunnen gaan “concluderen” dat “het aan mij ligt”, dus aantasting persoonswaarde. Goed contact is moeilijk als men depressief is.

Wil je aanvullende informatie: