Leo Krans


Opvoedkundige psychologie

Uiteraard benadert een ouder een kind niet als een psycholoog, maar toch is opvoeden een kwestie van psychologie. Als een kind iets niet doet omdat hij weet dat het niet mag, is er bij het kind een psychologisch proces aan de gang. Op de een of andere manier heeft de ouder een geestelijk proces in werking gesteld dat voorkomt dat een kind iets fouts doet. Als alles goed is dus.

Begrijp je processen, dan kun je een kind beïnvloeden en pas je dus eigenlijk psychologie toe. Maar psychologie mag nooit gebruikt worden om een kind op de verkeerde manier te manipuleren. Je kunt het op een heleboel manieren fout doen en maar op een paar manieren goed. Probleem is vaak dat ouders zelf ook niet optimaal opgevoed zijn en het daarom anders of totaal tegenovergesteld gaan doen zonder echt te weten of dat het juist is.

Ouders denken het vaak beter te doen, maar dat is lang niet altijd het geval. Gezien de grotere overlast van jongeren, gaat het dus juist de verkeerde kant op. Iemand die goed en degelijk is opgevoed, zal dat door willen en kunnen geven, want hij heeft dus richtlijnen. Ouders die het anders willen doen, staan vaak in een doolhof want men weet niet precies wat. Daarnaast hebben beide ouders vaak verschillende ideeën voor opvoeden. Grote kans dat het fout gaat dus.

De doelstelling in het kort is een evenwichtig kind met de juiste sociale vaardigheden en die grenzen stapsgewijs mag vergroten. De twee uitersten, autoritair en vrije opvoeding, zijn absoluut fout. Het is onmogelijk dat hier optimaal opgevoede kinderen uit voort komen. Met autoritair kweek je of onderdanigheid of weerstand.

Beiden zijn niet goed. Met vrije opvoeding ontstaan de verkeerde sociale vaardigheden. Bij extreem vrije opvoeding krijgt men gegarandeerd etterballen. Zoals dat jongetje van 2 jaar dat naast mij stond op de bank in het openbaar vervoer en mij aan het schoppen was. Op mijn protest zei de moeder van als hij dat wil, dan mag hij dat. Vrije opvoeding ontstaat vaak door slapte en dat de ouders niet weten hoe op te voeden en daarom maar voor de makkelijkste weg kiezen door alles toe te staan. Niet alleen is dat totaal onjuist, maar het is niet makkelijk.

Al heel vroeg komen de problemen want zijn of hare koninklijke hoogheid denkt alles te mogen. Autoritair is dus ook niet goed. Ouders behoren geen houding te hebben van ik ben de baas, ik weet alles beter en jullie mogen niks. Een kind zal op die manier nooit tot volle bloei komen.

In het kort gezegd, ouders bepalen de grenzen, maar dusdanig dat de kinderen wel optimaal kunnen ontwikkelen. Ze laten datgene dus toe wat tot de mogelijkheden hoort en binnen het sociaal denken hoort. Als de kleine zelf denkt te kunnen plassen moet men hier, eventueel met enige sturing, voor open staan. Wil men tegen een auto plassen, dan kan dit uiteraard niet. Zolang een kind een nieuwe ontwikkeling aankan en er zijn geen reden om te beperken, laat men het toe.

Hier kan men best ruimdenkend in zijn, want alleen dingen toestaan binnen de saaiheidgrenzen is niet goed. Wil een kind buiten spelen in de regen, dan moeten er meer beperkingen zijn dan alleen de regen om het te verbieden. Moddervoetbal kan leuk zijn. Doe desnoods mee. Uiteraard mogen er geen risico's zijn op vervelende gevolgen. Veiligheid moet gewaarborgd zijn, maar voor de rest niet te nauw denken. Als 's avonds laat de eerste sneeuw valt, mag je kind daarvoor gerust wakker maken. Dat vindt men prachtig.

Een sneeuwpop maken in het donker, vergeet een kind nooit meer. Als ouders mag je best een beetje maf zijn, zolang je de grenzen maar weet. We leven in een maatschappij, dus niet alles kan. De grenzen worden ten alle tijden door de ouders bepaald, maar men moet wel weten tot hoever men de teugels kan laten vieren. Hier draait het hele opvoeden om, maar dit is ook juist het moeilijke. Wat verbiedt men en wat laat men toe. Beperkt men te veel of onjuist (door autoritair optreden), dan ontstaan er onnodige spanningen. Beperkt men te weinig dan gaan grenzen overtreden worden.

De verstandhouding, daar draait het om. Is deze goed, dan kan de situatie rustig overlegt worden en verloopt alles probleemloos. Zijn de verstandhoudingen niet goed, dan kan eenzelfde situatie tot verhoogde spanningen leiden. Voorbeeld. Familie zit op een terrasje en de zoon vraagt om een ijsje. Pa zegt dat het niet kan omdat ze zo gaan eten. Zijn de verstandhoudingen goed, dan accepteert de zoon dat probleemloos. Is pa autoritair, waardoor er eigenlijk al een constante spanning is tussen beiden, dan gaat hij mokken of komt er ruzie. Is hij vrij opgevoed, dan gaat hij zeuren en krijgt hij waarschijnlijk toch zijn ijsje, want een onderdeel van vrije opvoeding is zijn zin krijgen omdat men alles denkt te mogen. Hoe een kind opgevoed is, bepaald het verloop van deze situatie.

Dat kinderen meehelpen in het huishouden moet eigenlijk normaal zijn. Dit kan men op verschillende manier voor elkaar krijgen. Maar zoals al eerder gezegd, er meer verkeerde methoden dan goede. Verkeerd is bijvoorbeeld niet laten meehelpen, of "je moet", of "als je niet meehelpt dan...", "jullie krijgen verplichte taken", "ik ben zou moe, zou jij...", of "als jij het niet doet, dan blijft het staan." Dit werkt allemaal niet en / of roept weerstand op.

De enig goede manier is door uit te leggen dat jullie een familie zijn die samenwerken en als iedereen wat doet ma en pa minder hoeven te doen en dat ouders andermans rommel niet hoeft op te ruimen. Met andere woorden begrip kweken voor de situatie, oftewel verantwoording kweken. Laat de kinderen desnoods zelf met een schema komen. Door de situatie op een juiste psychologische manier te benaderen, wordt het dus geen moeten (is weerstand), maar een willen.

In mijn boek ga ik hier uitgebreid op in. Dan kom ik met veel meer voorbeelden, maar niet alles staat er in. Het is gewoon onmogelijk om ieder detail van opvoeden te beschrijven. Ik leg meer de basis uit waar men zelf op kan bouwen. Als je kunt schilderen, kun je bijna alles schilderen. Er is geen boek waarin staat hoe ieder voorwerp geschilderd moet worden. Iedere situatie op iedere leeftijd met verschillende kindsituaties en ouders, kan nog niet in een boek van tienduizend pagina's. Het gaat om de basis van waaruit men bijna iedere situatie kan oplossen.

Hoe men een kind opvoedt, bepaald hoe hij of zij zich ontwikkeld. Dit wordt de basishouding. Is die niet goed, door vrije of autoritaire opvoeding, dan is men beïnvloeden door anderen. Vrienden en leeftijdgenoten gaan dan de ontwikkeling meebepalen. Iemand met geen of weinig sociale normen, laat zich vrij makkelijk overhalen tot vandalisme en respectloos gedrag. Iemand die goed en fatsoenlijk is opgevoed, maar geen brave Hendrik, is heel moeilijk te verleiden tot het verkeerde pad.

Vaak dat zelfs de eerste verkeerde contacten niet ontstaan, want men voelt weerstand met minder sociaal vaardigen. Het is een beetje soort zoekt soort. Bij goede opvoeding is er dan een stemmetje dat zegt dat dit niet zo hoort. Is dat stemmetje er niet, dan kan het fout gaan. Dit stemmetje is er gekomen door psychologische invloeden van ouders. Dat innerlijke stemmetje weerhoudt iemand ervan om stenen vanaf een viaduct naar auto's te gooien.

Wil je nog veel meer weten? Wil je jezelf verbeteren? Mijn boek helpt je.