Leo Krans


Elkaar aanvoelen

Als men iemand een tijdje kent, weet men ongeveer hoe hij of zij denkt. Kent men de standpunten en gedachtengang van iemand, dan kan men zich ongeveer voorstellen hoe er op iets gereageerd kan worden ("Dat accepteert hij nooit, ik ken hem"). Dit kan zijn betreffende eensluidende standpunten (het-zelfde erover denken), of weten dat de ander een opvatting heeft die anders is ("Ik weet dat hij dat niet leuk zal vinden").

Iemand aanvoelen kan ook ontstaan doordat men goed waar kan nemen en/of ongeveer hetzelfde denkt. Dus of weten hoe de ander er op zal reageren doordat men ook ongeveer zo denkt (men hoeft elkaar niet eens zo goed te kennen). Dit is de oorzaak dat vrouwen elkaar zo goed begrijpen en net zoals mannen onderling. Niet dat men het altijd met elkaar eens is, maar de basis is in de meeste gevallen ongeveer gelijk. Maar doordat man en vrouw feitelijk verschillende manieren van denken hebben (in de meeste gevallen), wordt de mensheid in twee kampen verdeeld, terwijl het eigenlijk niet noodzakelijk is.

De contactstoornis van de vrouw met de man, is er omdat de vrouw het manlijke gedrag (domineren, kwetsen, vernederen) niet of nauwelijks kan overnemen en de contactstoornis van de man met de vrouw is er omdat de man bang is voor gevoelens, openheid en gelijkheid (is verlies superioriteit).

Communicatiestoornissen ontstaan doordat de jongen en het meisje verschillende levensopvattingen gaan krijgen door de opvoeding. Als de bereidwilligheid van de mannen er zou zijn om te veranderen, zou er een integratie kunnen komen tussen man en vrouw en kan er één levensopvatting komen en geen twee en verdwijnt het verschil tussen man en vrouw qua denken.

Vrouwen begrijpen elkaar zo goed, omdat ze ongeveer dezelfde opvattingen hebben, plus open voor elkaar staan en daardoor voelen ze elkaar zo goed aan. Als men ongeveer gelijkgestemd is, open staat en geen of weinig moeite heeft met gevoelens, is het meest optimale contact en overeenstemming mogelijk. Dus vooruitgang van overeenkomst.

Hoe beter men kan waarnemen (er voor open staan is het belangrijkste), des te meer zal men herkennen. Zoals eerder gezegd, het tonen van gevoelens staat via controle rechtstreeks verbonden met de emotie zelf (zoals men zich voelt). Volledige onderdrukking van een bepaald gevoel is zeer moeilijk en een goed waarnemer (moeilijk) herkent meer. Duidelijke gevoelens (lachen, tranen, kwaadheid) kan iedereen waarnemen, maar de minimale verschijnselen en de onderdrukte zaken, zijn vaak moeilijk te herkennen, want men speelt vaak toneel door wat voor reden dan ook. Het belangrijkste is geestelijke rust bij het waarnemen.

Hoe actiever men is in de bovenkamer (denken), des te moeilijker wordt het waarnemen van iets. De zintuigen op zich nemen al minder duidelijk waar doordat men zelf denkt, plus dat die hersenactiviteit het openstaan belemmert (maar voor de hersenactiviteit op dat moment (denken) is het wel weer goed), want de aandacht zit binnen.

Iemand die geestelijk rustig is (slomigheid is wat anders), voelt iemand aan (kinderen bijvoorbeeld), omdat hij open kan staan. Dit is feitelijk intuïtie (iemand aanvoelen). Vaak weet men niet eens waarom men iets voelt of waarom iets weerstand oproept, men voelt het gewoon. Wat iemand zegt, is vaak punt twee. Punt een is hoe iemand het zegt (onzekere, of een onvriendelijke stem bijvoorbeeld), dus wat hij onbewust overbrengt.

Elkaar aanvoelen is een vrij direct contact en geschiedt meer op dierlijk niveau (het waarnemen van lachen bijvoorbeeld is een dierlijk proces (zonder taal)). Het luisteren en begrijpen van iemand, geschiedt op het menselijke niveau (taal). Er is verschil tussen iemand begrijpen en aanvoelen. Begrijpen is een menselijk proces, terwijl aanvoelen een dierlijk proces is (dieren kunnen het ook op hun niveau). Een evenwichtige (of iemand die daar in de buurt zit) kan beiden tegelijk waarnemen, maar het gevoelsmatige contact is vaak onbewust.

Dieren voelen vrij goed aan hoe de stemming van een ander dier is, terwijl een mens dit vaak moeilijk kan waarnemen, of niet weet waar op te letten. Een hond wordt onrustig als de familie andere dingen doet dan normaal (voorbereiding voor de vakantie bijvoorbeeld). Hij weet vaak niet wat er gaat gebeuren, maar voelt wel dat er wat aan de hand is (het is "bijzonder). Het gevoelsmatig iemand aanvoelen is dus een dierlijke eigenschap, maar bij de meeste mensen is dit vaak een beperkt aanwezig iets, want het menselijke bij ons overheerst veel te veel het dierlijke.

Doordat de aandacht voornamelijk bij het eigen denken is, of dat men zich probeert te handhaven tijdens gesprekken, is het dierlijke maar beperkt bereikbaar of bijna geheel afwezig (sommigen voelen anderen totaal niet aan). Het menselijke overheerst (is sterker) dan het dierlijke. Iemand aanvoelen (dierlijk) is een vrij direct contact. Iemand die er geestelijk voor open staat zal medeleven hebben (weten wat de ander voelt) met iemand die depressief rondloopt.

Het zien van een bepaalde emotie, betekent als men het waarneemt, automatisch dat men zich ook zo ongeveer gaat voelen (maar dus alleen als men er voor open staat). Een kind zien lachen resulteert automatisch in ook moeten (!) gaan lachen. Iemand die een groot gedeelte van zijn aandacht op dat moment bij zijn eigen innerlijke denken heeft, zal het automatisch overnemen van een bepaalde emotie veel minder doen. Net zoals een tegengestelde emotie hebben, want dit resulteert in niet of beperkte overname van iemands emotie (een depressieve zal niet of nauwelijks kunnen lachen om een lachend kind).

Het overnemen van een gevoel van iemand anders (inlevingsvermogen), is een veel directer iets dan taalkundig contact. Het gaat dieper, is sneller (bijna direct) en moeilijk in woorden uit te drukken. Het ook moeten lachen als men een lachend kind ziet is secondenwerk (misschien wel binnen de seconde) en moeilijk tegen te houden als men op dat moment er voor open staat (dus niet of nauwelijks denkt en bijvoorbeeld niet depressief is).

Weten wat iemand voelt, kan alleen maar als men er voor open staat. Dat mannen zeggen dat ze weten wat een vrouw voelt, is maar zelden het geval, want de afstand tussen beiden is te groot. Vrouwen hebben vaak het gevoel dat een man iets zegt dat verbaal wel goed overkomt, maar gevoelsmatig kunnen ze er vaak aan twijfelen ("Hij zegt dat hij het meent, maar ik heb mijn twijfels erover, maar waarom weet ik niet").

Hoe sterker de drang is om contact met die man te houden, des te minder laat men zich leiden door hun gevoel of tegenstrijdigheden. Zoals vallen voor "Ik hou van je, ik heb je nodig", uitgesproken door iemand die haar regelmatig mishandelt of misbruikt. Dit laatste duidt overduidelijk op sterke aanhankelijkheid (steun of iemand nodig hebben), dus sterke minderwaardigheidsgedachten.

Wil je nog veel meer weten? Wil je jezelf verbeteren? Mijn boek helpt je.